Verwachting en geboorte

Gedachten voor advent en kersttijd

Fragmenten uit deze brochure

De geboorte van een mens: zie het krijten!

Wat een verheffing van de mens en wat voor vernedering van God ging daaraan vooraf! Vernedering die eraan voorafging? Wij waren sterfelijk, wij voelden de last van de zonden, wij droegen onze straf. Elke mens begint bij de geboorte met ellende. Daar hoeft u geen ziener voor te zijn. Kijk maar eens naar de geboorte van een kind en zie het krijten.
Als die vernedering van God op aarde groot was, dan rijst de vraag: wat voor verheffing heeft zo onverwacht plaatsgevonden? De waarheid wast op uit de aarde. De waarheid, Christus, heeft alles geschapen en is geschapen te midden van al het andere. Hij maakte de dag en kwam in de dag. Hij was er vóór de tijden en betrad de tijden. Christus, de Heer, is zonder begin eeuwig bij de Vader. En toch moet u naar de betekenis van de dag van vandaag zoeken. Het is een geboortedag. Van wie? Van de Heer. Heeft Hij dan een geboortedag? Ja, die heeft Hij. Het Woord in het begin, God bij God, heeft een geboortedag? Ja! Als Hij geen menselijke geboorte zou hebben, dan zou het buiten ons bereik liggen in God herboren te worden. Hij is geboren opdat wij opnieuw geboren zouden worden. (…)
Laat daarom Christus’ barmhartigheid in onze harten gestalte krijgen. Zijn moeder droeg Hem in haar schoot, laten wij Hem in ons hart dragen. De maagd is door de vleeswording van Christus bevrucht, laten onze harten bevrucht worden door het geloof in Christus. Zij bracht de Verlosser voort, wij moeten lof voortbrengen. Laten we niet onvruchtbaar zijn, laten onze zielen vrucht dragen voor God.

(Sermo 189,3)

 

Sterrenheerser aan de moederborst

Het Woord van de Vader, dat de tijden heeft gemaakt, is vlees  geworden en liet omwille van ons zijn eigen geboortedag in de tijd plaatsvinden. Hij wilde namelijk in zijn geboorte als mens één dag hebben, terwijl er zonder zijn goddelijke bevel toch geen dag voorbijgaat. Zelf was Hij vóór alle tijden bij de Vader en zelf voegde Hij zich vanuit zijn moeder op deze dag in de kringloop der jaren. Mens geworden én maker van de mens: zo zou de heerser over de sterren aan de moederborst liggen. Zo zou het brood honger en de bron dorst lijden. Zo sluimerde het licht en raakte de weg vermoeid van de reis. Zo werd de waarheid beschuldigd met behulp van valse getuigen, de rechter over levenden en doden gevonnist door een sterfelijke rechter en de gerechtigheid door onrechtvaardigen schuldig verklaard. Zo werd de meester geslagen met de zweep, de druif gekroond met doornen en het fundament opgehangen aan het kruis. Zo werd de kracht verzwakt en de genezing verwond. Zo zou het Leven sterven.
Door deze en vergelijkbare vernederingen in onze plaats te verduren, zou Hij ons verlossen, ook al waren wij het niet waard. Want omwille van ons heeft Hij toch al dat kwaad door – staan, ook al maakte Hij zich aan niets schuldig. En ook al verdienden wij het niet, toch ontvingen wij door Hem al dat goeds. Maar zijn vernedering is onze verheffing en zijn kruis is onze overwinning; zijn kruisbalk is ons triomfteken, zijn dood is ons leven.
Daarom was Hij, die vóór alle eeuwen – zonder een begin van dagen – Zoon van God was, zo goed om in de jongste dagen zoon van de mens te zijn. Terwijl Hij geboren werd uit de Vader en niet door de Vader gemaakt werd, is Hij ontstaan in een moeder die door Hem gemaakt was. Zo zou Hij hier en op een zeker moment geboren worden uit haar, die nooit en nergens had kunnen bestaan dan door Hem.

(Sermo 191,1)

 

Als licht voor het verstand

Onze Heiland, geboren uit de Vader zonder dag, maar door wie elke dag is gemaakt, wilde op aarde als geboortedag hebben de dag die wij vandaag vieren. Ieder van u die deze dag bewondert, kan beter Hém bewonderen die vóór elke dag eeuwig blijft, elke dag schept, op de dag van vandaag geboren wordt en bevrijdt van het kwaad van de dag. Bewonder bovendien dat zij die baarde moeder en maagd is, en dat wie zij baarde onmondig kind en Woord is. Uiteraard hebben de hemelen gesproken, hebben de engelen geluk toegewenst, hebben de herders zich verheugd, zijn de magiërs veranderd, raakten koningen verward en zijn kinderen gekroond. (…)
Geef uw melk aan Hem die u zo heeft gemaakt dat Hijzelf in u kon ontstaan. Bij zijn ontvangenis bracht Hij u het geschenk van de vruchtbaarheid en bij zijn geboorte ontnam Hij u niet het sieraad van de maagdelijkheid. Hij koos zich vóór zijn geboorte zowel de schoot waaruit, als de dag waarop Hij werd geboren. Hij gaf aan wat Hij heeft gekozen het bestaan, om van daaruit te voorschijn te treden als een bruidegom uit zijn bruidsvertrek. Daardoor kon Hij door de ogen van stervelingen worden gezien en kon Hij door het jaarlijkse lengen van het daglicht ervan getuigen dat Hij als licht voor het verstand van de mensen is gekomen.

(Sermo 369,1)