Verlangen alom

Gedachten over vrede

Fragmenten uit deze brochure

Een kort fragment uit een lange preek van Augustinus, gehouden in Carthago: soms wordt de vrede al bedreigd door onenigheid over dezelfde idealen, zoals bij twee mensen die ruzie krijgen met elkaar over de plek waar ze de zonsopkomst kunnen bewonderen.

1. Ruzie om de zonsopgang?

Streef naar vrede met alle mensen en naar een heilig leven, want zonder dat zal niemand de Heer zien. Hoe dwaas zouden twee mensen zijn die de zonsopgang willen gaan zien en ruzie gingen maken met elkaar over de plaats waar de zon zou opkomen en over hoe die gezien kon worden. Door hun onderling geschil kregen zij het met elkaar aan de stok en sloegen op elkaar in. Zo staken zij elkaar de ogen uit en konden helemaal geen zonsopgang meer zien!
Om God te kunnen zien moeten wij ons hart zuiveren met het geloof, genezen met de liefde en sterk maken met de vrede. Want ons hart waarmee wij elkaar beminnen, is al afkomstig van Hem, die wij verlangen te aanschouwen.

(Sermo 23,18)

Vredebrengers zijn mensen die in vrede met zichzelf zijn en zo bedacht blijven om het goede van anderen te versterken en bekend te maken. Onderstaand fragment is afkomstig uit een preek over het begin van Jezus’ bergrede.

2. Zeg tegen de een iets goeds van de ander, omwille van de vrede

Gelukkig die vreedzaam zijn, want zij zullen kinderen van God genoemd worden (Mt 5,9). Wie zijn dat, de vreedzamen? Degenen die vrede brengen. Ziet u ergens mensen die onenigheid hebben? Zorg dan dat u de vrede tussen hen herstelt. Zeg tegen de een iets goeds over de ander en tegen de ander iets goeds over de een. U hoort van een van hen iets slechts over de ander, gewoon omdat hij kwaad is? Vertel dat dan niet door. Houd de boze woorden van iemand die kwaad is, voor u. Maan hen in alle oprechtheid tot eendracht. Maar ook als u de vrede wilt herstellen tussen twee vrienden van u die onenigheid hebben, moet u bij uzelf beginnen met vreedzaam te zijn. U moet uzelf van binnen tot vrede brengen, waar u waarschijnlijk elke dag strijd levert met uzelf.

(Sermo 53A,12)

Het volgende fragment komt uit het commentaar op de bergrede. Daarin een fascinerende kijk op de beperking van wraakzucht als begin van de vrede en eerste opstap naar de volmaakte vrede.

3. Het begin van de vrede

De Heer zegt: ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” En Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de andere wang toe te keren.’ (Mt 5,38-39)
De geringere gerechtigheid van de farizeeën is dat ze bij bestraffing de maat niet overschrijden: niemand mag méér vergelden dan hij heeft geïncasseerd. Dat is een grote stap voorwaarts! Men vindt immers niet gemakkelijk iemand die, wanneer hij een klap heeft gekregen, slechts één klap wil teruggeven en wanneer hij van iemand één scheldwoord te horen heeft gekregen, zich ermee tevreden stelt met een soortgelijk scheldwoord te reageren. Maar hij neemt veel te veel wraak omdat hij door woede zichzelf niet meer meester is; of omdat hij het rechtvaardig vindt dat een ander die met beledigen begonnen is, zwaarder wordt beledigd dan iemand die niet zelf had beledigd. Zo’n instelling is grotendeels aan banden gelegd door de wet waarin geschreven staat: ‘Een oog voor een oog en een tand voor een tand.’ (Ex 21,24-25, Lv 24,20 en Dt 19,21) Met die woorden wordt de maat aangegeven om te voorkomen dat de wraak het onrecht overtreft. En dat is het begin van de vrede. De volmaakte vrede houdt echter in dat we zo’n wraak helemaal niet willen.

(De sermone Domini in monte 1,56)