Tussen kribbe en kruis

Gedachten over Gods nederigheid

Fragmenten uit deze brochure

Onderstaand fragment is afkomstig uit een preek die Augustinus hield in 406. We weten niet waar de preek gehouden is, maar wel dat Augustinus’ uitleg geeft over Joh 14,6 waarin Jezus zich als de weg naar God zijn Vader beschouwt.

2. God is al nederig!

Luister naar Paulus: “Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard; voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En in Hem heeft Hij ons toch ook al het andere geschonken?” (Rom 8,32) U wilde toch alles? Nou, alstublieft! Maar houd alles op afstand waar u van houdt en wat u afhoudt van Chris tus. Houd u liever vast aan Hem in wie u alles kunt bezitten.
De dokter, die geen enkele behoefte heeft aan dat medicijn, neemt het zelf ook in, al is dat nergens voor nodig. Dat doet Hij om de zieke moed te geven. Het is alsof Hij de tegenstribbelende patiënt toespreekt en hem van zijn angst wil bevrijden. Daarom drinkt Hij als eerste. Hij heeft het over “de beker die Ik zal drinken (Mt 20,22). Ook al heb Ik niets wat door dat drankje genezen hoeft te worden, Ik zal het toch innemen. Dan zult u niet weigeren om het in te nemen: u hebt het nodig.”
Wat denkt u, broeders en zusters, moet de mensheid nog langer ziek blijven, met dat geweldige medicijn? God is al nederig, de mens nog steeds hoogmoedig. Die moet luisteren en leren. Je zus zegt: “Alles is Mij door de Vader in handen gegeven (Mt 11,27). Wilt u alles? Bij Mij zult u het hebben. Wilt u de Vader? Door Mij kan dat, in Mij kan dat.”

(uit: Sermo 142,6)

Uit dezelfde preek

3. Langs de smalle weg en door de smalle poort

Hij werd nederig om hoog verheven te worden. Dat deed Hij om onze zwelling te doen slinken. Gezwollen van trots wilden die twee leerlingen uit het evangelie het koninkrijk binnengaan (Mt 20,20-21 en Mc 10,35-36). Ze lieten het hun moeder vragen, omdat ze zelf niet durfden. Juist die aarzeling had hen moeten waarschuwen voor dat verzoek. Ze durfden het niet zelf te vragen: ze lieten hun oude moeder praten met de Heer, zij had haar sporen al verdiend. Ze verlangden binnen te gaan in het rijk waar je alleen maar in kunt langs de smalle weg (Mt 7,13 en Lc 13,24). Maar zij waren nog gezwollen van eerzucht, en hoe meer ze zich naar binnen probeerden te wringen hoe erger de pijn. De Heer maakt hen klein en geeft hun die bittere beker tegen zwellingen te drinken waar ik het net over had.
U riep: “Dat kan ik niet! De Heer roept me door de smalle poort, daar kan ik niet doorheen.” Maar Hij zegt: “Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn.” Die last van u, dat is uw gezwollenheid. Hij zegt: “Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer.” (Mt 11,28-29)

(uit: Sermo 142,10)

Uit een preek tussen 26 januari en 1 februari, waarschijnlijk in 413 te Carthago over hetzelfde thema (Mt 11,25-29)

10. Denk eerst aan de fundering

“Neem mijn juk op en leer van Mij,” (Mt 11,29) zegt de Heer; niet hoe je de wereld in elkaar kunt zetten, niet hoe je alle zichtbare en onzichtbare dingen kunt schep pen (Kol 1,1 6), niet hoe je in die wereld wonderen kunt verrichten en niet hoe je doden tot leven kunt wekken, maar “dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart.” (Mt 11,29) Wilt u hogerop? Begin dan helemaal onderaan. Bent u van plan om een kolossale flat te bouwen? Denk dan eerst aan de fundering die eronder moet: nederigheid. Want hoe meer ver die pingen u van plan bent op de fundering te zetten, en hoe hoger u het gebouw wilt optrekken, des te dieper moet u graven om de fundering te leggen. Zolang er nog aan het gebouw wordt gewerkt, blijft het de hoogte in gaan. Maar daarvoor moet degene die de fundering graaft wel eerst de diepte in. Ook bij een gebouw moet je dus eerst de diepte in voordat je de hoogte in kunt. Pas als ook het laagste punt is bereikt, kun je naar het hoogste punt toe gaan werken.

(uit: Sermo 69,2)