Tot heerlijk brood gebakken

Gedachten over de maaltijd van de heer

Fragmenten uit deze brochure

Onderstaand fragment is afkomstig van een paaspreek, gehouden voor pasgedoopten in Hippo Regius

1. Tot heerlijk brood gebakken

Laat aan uw geestesoog voorbijgaan wat dit brood als een stukje schepping ooit was toen het nog als graankorrel in de grond lag: hoe de aarde het voortbracht, de regen het voedde en tot een aar deed groeien. Daarna gingen de mensen aan het werk: ze brachten het koren naar de dorsvloer, ze dorsten het, wanden de korrels, borgen het graan in schuren, haalden het daaruit, maalden het, verwerkten het meel tot deeg en maakten daar tot slot brood van.
Laat nu ook uzelf eens aan uw innerlijke ogen voorbijgaan: u was er eerst niet maar bent geschapen, u werd op de dorsvloer van de Heer verzameld, u werd gedorst door de inspanning van ossen, dat wil zeggen: van hen die het evangelie verkondigen (1 Kor 9,9). Ooit werd u als doopleerlingen afgezonderd en in een schuur bewaard. U gaf uw naam op en onderging met vasten en bezweringen een maalproces. Daarna kwam u naar het water, u werd hiermee besprenkeld en tot eenheid gekneed. Door de gloeiende warmte van de Heilige Geest bent u gebakken en heerlijk brood geworden: brood van de Heer.

(uit: Sermo 229,1)

Uit dezelfde preek

3. Een woord erbij: alles wordt anders

Daarna volgt wat er in het eucharistisch gebed gebeurt dat u straks zult horen: brood en wijn worden lichaam en bloed van Christus omdat er een woord over uitgesproken wordt. Want laat het woord maar eens achterwege, dan is er alleen maar brood en wijn. Voeg het woord erbij, en meteen is het wat anders. En dat andere, wat is dat? Het lichaam van Christus en het bloed van Christus. Laat het woord maar eens achterwege, dan is er alleen maar brood en wijn. Spreek er een woord bij en dan hebt u een geloofsmysterie. Daarop zegt u: “Amen.” Want “amen” zeggen is iets beamen. “Amen” betekent in onze taal: “Het is echt waar!”
Daarna bidden we het onzevader. Daarvan hebt u de tekst al ontvangen en van buiten geleerd. Waarom bidden we het onzevader vóórdat we het lichaam en bloed van Christus ontvangen? Ik zal u vertellen waarom. Vanwege onze menselijke zwakheid: want misschien viel ons wel eens een gedachte in die verkeerd was, flapten we er iets onbehoorlijks uit, keken we te begerig of luisterden we te gretig naar wat niet door de beugel kon. Kortom, als we zulke ervaringen opdeden door de bekoring van deze wereld en de zwakheid van het menselijk bestaan, wordt dat allemaal uitgewist door het onzevader wanneer we bidden: “Vergeef ons onze schulden.” (Mt 6,12 en Lc 11,4) Zo kunnen we onbezorgd naderen: we eten en drinken ons dan geen oordeel met wat we ontvangen (1 Kor 11,29).
Hierna wordt er gezegd: “Vrede zij u.” Een groot en heilig teken: de vredeskus. Kus elkaar echt uit liefde. Wees niet zoals Judas, de verrader: hij kuste Christus met de mond maar belaagde Hem met het hart. Misschien is iemand u wel vijandig gezind en kunt u hem niet tot andere gedachten brengen of zijn ongelijk aantonen. Dan bent u gedwongen hem te verdragen. Vergeld hem in uw hart geen kwaad met kwaad. Hij haat u. Maar u moet hem liefhebben. Dan kunt u hem zonder bezwaar de vredeskus geven.
U hebt slechts enkele dingen gehoord, maar ze zijn wel van groot belang. Laat ze door hun kleine aantal niet waardeloos worden, maar laat ze kostbaar zijn door hun gewicht. Bovendien mag ik u niet ineens met teveel belasten. Anders kunt u niet onthouden wat er is gezegd.

(uit: Sermo 229,3)

Onderstaand fragment is waarschijnlijk afkomstig uit een paaspreek, die Augustinus hield voor pasgedoopten en nu voor het eerst mochten meedoen aan de dienst van de tafel

4. Denk niet dat u maar weinig waard bent!

Neem en eet het lichaam van Christus: zelf bent u ook al ledematen van Christus geworden in het lichaam van Christus. Neem en drink het bloed van Christus. Eet wat u bijeenhoudt om niet van elkaar te worden gescheiden. Drink wat u hebt gekost om niet te denken dat u maar weinig waard bent. Zoals deze spijs en drank in u veranderen wanneer u het eet en drinkt, zo verandert u ook in het lichaam van Christus wanneer u gehoorzaam en vroom leeft. Want toen Christus zijn lijden tegemoet ging en Hij met zijn leerlingen het paasmaal hield, nam Hij brood, zegende het en sprak: “Dit is mijn lichaam, dat voor u zal worden overgeleverd.” (1 Kor 11,24) Evenzo zegende Hij de beker, gaf die en sprak: “Dit is mijn bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen zal worden vergoten tot vergeving van zonden.” (Mt 26,28) Dat las u vaak in het evangelie of u hoorde het, maar u wist niet dat de eucharistische gave de Zoon is. Maar nu, met een hart dat door besprenkeling is vervuld van een rein geweten en met een lichaam dat gewassen is met zuiver water (Heb 10,22): nader tot Hem en laat zijn licht u beschijnen en uw gelaat hoeft niet meer te blozen van schaamte (Ps 34,6). Als u immers op waardige wijze ontvangt wat hoort bij het nieuwe verbond waardoor u het eeuwig erfdeel verwacht en u het nieuwe gebod onderhoudt om elkaar lief te hebben (Joh 13,34), hebt u het leven in u (Joh 6,53-54). U nuttigt immers het vlees, waarover het Leven zelf zegt: “Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees voor het leven van de wereld,” (Joh 6,51) en: “Als iemand mijn vlees niet eet en mijn bloed niet drinkt, zal hij het leven niet in zich hebben.” (Joh 6,53)

(uit: Sermo 228B,3)